Biotoop: Hazen komen voor in open gebieden. Zij zitten voornamelijk in akkerland, met name in graanvelden, bietenvelden en braakliggende terreinen. Bossen worden voornamelijk gedurende wintermaanden gebruikt als schuilplaats.

Voorkomen: De Haas komt vrijwel in volledig Europa voor, met uitzondering van Ierland, het Middellandse zeegebied en Scandinavië  In het oosten heeft de haas zich op natuurlijke wijze verspreid in volledig Rusland. De Haas komt van nature voor in Afrika.

Paartijd: Hazen zijn polygaam. De voortplantingsperiode loopt van december tot augustus. Overdag houdt de Haas zich schuil in een zelf gegraven ondiep kuiltje in de grond, het ‘hazenleger’. Tussen het zogen in liggen de jonge hazen elk apart op een korte afstand van het hazenleger, om geen predators aan te trekken. Kunnen 3 tot 4 nesten van 3 tot 6 jongen produceren per jaar.

Kenmerken: kop – romplengte 50 – 65 cm, staartlengte 8,5 – 12 cm, gewicht 2,5 – 6 kg, leeftijd gemiddeld 2 – 4 jaar oud, maar kunnen tot 12 jaar oud worden.

Voedsel: Ze zijn gebaat bij een grote variatie in gewassen en habitat met een groot voedselaanbod. Hazen zijn planteneters en voeden zich met jonge grassen, granen, onkruiden en allerlei gewassen. Ze verkiezen wilde kruiden en grassen boven cultuurgewassen. Tijdens de zomer eten ze voornamelijk (on)kruiden, tijdens de winter voornamelijk gras.