Biotoop: De broedvogels zijn sterk afhankelijk van naaldhout, in bijzonder van fijnspar. Het biotoop bestaat meestal uit fijnsparbestanden met elzen, berken of dennen. De soort prefereert open bos en bosranden in de omgeving van water. In andere gebieden vindt men de Sijs in dennen, lorken en gemengde bossen. Nesten worden soms gevonden in loofhout of in klimop. Elzen – en berkenbossen worden slechts buiten de broedperiode bezocht.

Voorkomen: Kleine Vink die in gematigd Europa in bossen broedt. Wintergast in het zuiden en westen. In BelgiĆ« en Nederland een schaarse broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in groot tot zeer groot aantal.

Broedtijd: Februari – augustus, nest in bomen, 4 – 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 11 – 12,5 cm, spanwijdte 20 – 23 cm, gewicht 12 – 18 gram, leeftijd 13 jaar.

Voedsel: Zaden en knoppen.