Biotoop: De dagactieve rode Eekhoorns leven zowel in naald -,loof – als gemengde bossen, parken en tuinen.

Voorkomen: De eekhoorn komt wijdverspreid voor in Europa. Ze zijn echter minder algemeen in Zuidwestelijk Europa en op sommige Britse eilanden, waar ze soms worden verdrongen door de intocht van de grijze Eekhoorn.

Paartijd: Eekhoorns hebben 2 duidelijke voortplantingspieken. In januari en in mei – juni. Eekhoorns gebruiken op een half jaar tijd ongeveer 12 nesten, waarbij er onderscheid kan gemaakt worden tussen rust – en slaapnesten. Ze maken hun nest in natuurlijke boomholten, verlaten spechtenhol of bouwen zelf een bol nest van takken met bladeren of naalden. Het nest wordt bekleed met afgestripte bast, mos, varens en gras. Er is een steviger gebouwd hoofdnest dat vaker en langer gebruikt wordt tijdens de winter of als kraamnest. 2 tot 6 jongen.

Kenmerken: Kop – romplengte gemiddeld 21 cm, staartlengte 15 -20 cm, gewicht gemiddeld 315 gram, leeftijd 3 – 7 jaar.

Voedsel: In de herfst en winter eten Eekhoorns vooral zaden van bomen, zoals hazelnoten, beukennootjes, kastanjes, zaadjes van dennen -, spar -, lorkenappels. Een Eekhoorn kan de zaadjes van meer dan 100 dennenappels per dag opeten. Ze eten geen eikels van onder andere Amerikaanse eik en Moeraseik. Deze bevatten te veel looizuren die ze moeilijk kunnen verteren. Ze eten ook eikels van zomer – en wintereik maar deze bevatten in minder mate looizuren, maar bij gebrek aan voedsel wordt deze toch gegeten. Ze leggen een zo groot mogelijke wintervoorraad aan, waarbij ze de zaden telkens alleen of met enkele samen in een ondiep putje begraven. De wintervoorraadjes worden teruggevonden op geur, maar het wordt ook vaak vergeten of niet teruggevonden.