Biotoop: Sloten, poelen, Plassen, kanalen met algenflab en smalbladige, ondergedoken waterplanten en soms in vennen met veenmos.

Voorkomen: De grootste populatie van de kleine Roodoogjuffer ligt in Midden – en Zuid – Europa met de noordgrens ter hoogte van Zuid – Denemarken en Centraal – Polen. Ontbreekt in ScandinaviĆ«. In Groot – BrittanniĆ« koloniseert in een groot tempo in het zuiden van Engeland. In BelgiĆ« algemeen, allen ten zuiden van de Samber en Maas vrij zeldzaam. In Nederland algemeen, in het noorden iets zeldzamer maar ook hier toenemend.

Vliegtijd: Juli tot september.

Kenmerken: Lengte 30 – 32 mm, vleugelspanwijdte 35 – 40 mm.

Ontwikkeling: De eitjes worden in tandem afgezet in waterplanten, lokaal kunnen honderden tandems bij elkaar worden waargenomen. De tandems duiken niet onder tijdens eiafzet. De larven leven tussen waterplanten.