Biotoop: Alle types zoetwater, maar vooral beschutte, afgeschermde poelen enz.., met veel oeverbegroeiing. Hij vestigt zich langs ondiepe plassen en meren van de laagvlakten, die door een brede rietzoom worden omringd, en ook langs zeer kleine watertjes. Het liefst houdt hij zich in een overgangszone tussen riet en drijfplanten op, boven iets dieper water.

Voorkomen: Zomergast vooral in oost – Europa, die lokaal algemeen kan zijn. Zeldzaam in West – Europa. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – doortrekker en wintervogel in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Midden april – eind juni. Het wijfje bouwt het nest meestal in het dichte riet. Niet zelden leidt een door de eend platgetrapte begroeiing naar het nest. Meestal is het nest langs alle kanten door water omringd. Het wijfje broedt. 7 – 11 eieren.

Kenmerken: Lengte 38 – 42 cm, spanwijdte 60 – 67 cm, gewicht 570 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: De Witoogeend duikt veel en bekwaam, maar meestal voor enkele seconden en nauwelijks 1 meter diep. Hij rukt waterplanten uit de bodem los en brengt deze vaak met wortel en al naar de oppervlakte, waar ze worden verorberd. Daarnaast grondelen ze, zwemmen ze met de kop onder water rond en slobberen ze ook het wateroppervlak af. In de herfst en vooral in de winter vormen op het water drijvende plantenzaden een deel van hun voedsel. Daarnaast vangen ze ook muggenlarven, kokerjuffers, slakken, kikkervisjes en kikkertjes.