Biotoop: Vrijwel alle biotopen. Bijvoorkeur op zonnige, open plaatsen zoals in groeven, op droge graslanden, langs bosranden en ook in tuinen.

Voorkomen: De kolibrievlinder is een trekvlinder die in de zomer vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika richting Noord – West – Europa vliegt. In België algemeen, wordt in wisselende aantallen gezien, soms talrijk. In Nederland zeer algemeen. Een vlinder die in wisselende aantallen per jaar in het hele land kan worden waargenomen.

Vliegtijd: Februari – november. De meeste waarnemingen worden gedaan in augustus en september.

Kenmerken: Spanwijdte 36 – 50 mm.

Levensloop: De waardplant is uit de Sterbladigenfamilie (Rubiaceae), zoals Glad walstro (Galium album), Geel walstro (Galium verum) en andere Walstrosoorten. De in de herfst uitgeslopen vlinders zetten pas het volgende voorjaar hun eitjes af en worden één voor één of in paren bij de bloemknoppen van de waardplant afgezet. De rupsen foerageren bij voorkeur ’s nachts. De verpopping vindt plaats in een los spinsel op de grond. De vlinders zuigen nectar, met voorkeur voor bloemen met een lange kroonbuis, zoals Vlinderstruik (Buddleja davidii). Op gunstige plaatsen overnachten de vlinders vaak in kleine groepjes.