Biotoop: Voedselarme, stilstaande wateren: Vennen, hoogveen en duinplassen.

Voorkomen: De watersnuffel heeft een zeer groot verspreidingsgebied dat geheel Europa (behalve IJsland), Noord – Afrika, en de gematigde streken van Azië en Noord – Amerika omvat. In Het Middellandse – Zeegebied is ze gebonden aan hoger gelegen gebieden. In België en Nederland zeer algemeen.

Vliegtijd: Mei tot augustus.

Kenmerken: Lengte 32 – 35 mm, vleugelspanwijdte 40 – 45 mm. Het vrouwtje kan zowel een blauwe als donker olijfgroene tekening hebben.

Ontwikkeling: Het vrouwtje zet de eitjes af in Tandem. De tandem kan daarbij onder water gaan, maar het mannetje koppelt zich dan vaak los om boven water het vrouwtje op te wachten en daarna naar de volgende eiafzetplaats te begeleiden. De larven leven in de modder op de bodem, maar ook wel tussen de vegetatie. Ze overwinteren één tot tweemaal.