Biotoop: Diverse habitats, warme droge, bloemrijke plaatsen, zoals landbouwgrond, heideachtige terreinen, langs struwelen, langs stranden en in moerassen.

Voorkomen: Canarische eilanden, mediterrane eilanden en Europa tot ongeveer Noord – Duitsland. Gewoonlijk wijdverbreid en algemeen in zuidelijke gebieden. In BelgiĆ« en Nederland slechts enkele keren waargenomen als dwaalgast.

Vliegtijd: Meerdere generaties, van februari tot oktober afhankelijk van de plaats. voorbeeld, op Canarische eilanden het hele jaar door, in elkaar overlappende generaties.

Kenmerken: Spanwijdte 25 – 35 mm.

Levensloop: Waardplanten van de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae), waarvan de rupsen de rijpende zaden eten. De verpopping vindt plaats, vaak in een dood blad op de grond. De uit de pop gekomen vlinder richt zich op de voortplanting en verspreiding. De volwassen vlinders voeden zich met nectar van diverse bloemen.