Biotoop: In het noorden van zijn verspreidingsgebied zoekt de soort vooral warme en droge plaatsen op. In België vestigt ze zich vooral in zandstreken waar de Veenmol voorkomt(Vlaanderen en de Kempen).  Boomgaarden, open bossen, akkers met stenen muurtjes, oude schuren en vervallen gebouwen.

Voorkomen:  Zomergast in gematigd en mediterraan Europa. Overwinterd ook in zuid – Spanje en Portugal. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – wegtrekkend – doortrekker en zomergast in uiterst klein aantal – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Van april tot in juni. Heeft één legsel (soms twee) met meestal 4-7 eieren.

Kenmerken: Lengte 26 – 28 cm, spanwijdte 44 – 48 cm, gewicht 75 gram, leeftijd 10 jaar.

Voedsel: Grote insecten zoals meikevers, rupsen, emelten en veenmollen, alsook slakken en kleine reptielen.