Biotoop: Ruime, niet te droge hooilanden en ook korenvelden, waaruit de hennen met hun kuikens meestal vóór het maaien vertrokken zijn, bijvoorbeeld naar aardappelvelden in de omgeving. Een belangrijke voorwaarde voor hun aanwezigheid is een extensief gebruik van de grond.

Voorkomen: In aantal afnemende zomergast in Europa, daarna trekken ze in de winter naar Afrika of Zuid – Azië. Hoewel ogenschijnlijk een slechte vlieger, is de Kwartel een trekvogel die de Middellandse Zee en de Sahara in één ruk oversteekt. Veel Kwartels overwinteren in landen rond het Atlas Gebergte. Ze trekken solitaire of in kleine troepen, altijd vlak boven de grond of het water en altijd ’s nachts. In België en Nederland Vrij schaarse broedvogel – wegtrekkend – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Mei – augustus. Grondnest en bestaat uit met halmen beklede, door vegetatie afgeschermde kuil in veld of weide, bij voorkeur een klaverveld. Het wijfje broedt en zorgt alleen voor de kuikens. 7 – 14 eieren.

Kenmerken: Lengte 16 – 18 cm, spanwijdte 32 – 35 cm, gewicht 80 – 130 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: Een Kwartel eet meer dierlijke kost dan andere hoenderachtigen, zoals insecten, spinnen, wormen, slakken, maar ook jonge scheuten, bloemen en zaden. Na het maaien ook uitgevallen graankorrels.