Biotoop: De Waterhoen komt voor in bijna alle vochtige biotopen: vijvers, meren, kanalen, grachten, zelfs betrekkelijk snelstromende waterlopen. De aanwezigheid van een uit het water opstijgende begroeiing of van struiken die over het wateroppervlakte hangen is essentieel. De Waterhoen komt ook voor op betrekkelijk oligotrofe waters en stelt de soort zich zelfs tevreden met zeer kleine vijvertjes met sterk beboste oevers. Haar grootste densiteit bereikt ze op enkele parkvijvers en langs smalle kanalen of irrigatiekanaaltjes.

Voorkomen: In Europa een wijd verspreide en algemene standvogel, maar in oost Europa slechts een zomergast. Zelden in groepen. In BelgiĆ« en Nederland vrij talrijke tot talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in vrij groot tot groot aantal.

Broedtijd: April – augustus, nest bij het water, 5 – 11 eieren.

Kenmerken: Lengte 27 – 31 cm, spanwijdte 50 -55 cm, gewicht 250 – 343 gram, leeftijd 18 jaar.

Voedsel: Kleine diertjes en planten.