Biotoop: Diverse wateren met struiken en bomen (vooral wilgen en elzen) langs de waterkant.

Voorkomen: komt voor in bijna geheel Europa, niet of slechts uitzonderlijk in Ierland en Groot – Brittannië; met als noordgrens Zuid – Denemarken en als oostgrens oost – Polen over Oekraïne tot de Zwarte Zee. In België en Nederland algemeen.

Vliegtijd: Juli tot oktober.

Kenmerken: Lengte 45 – 48 mm, vleugelspanwijdte 50 – 60 mm.

Ontwikkeling: De eieren worden onder de barst van over het water hangende takken afgezet, eerst in tandem maar tegen de avond zetten de vrouwtjes ook alleen eieren af. De eieren overwinteren. In April komen de piepkleine prolarven uit het ei en laten zich naar beneden in het water vallen. Als ze op de grond vallen proberen ze springend het water te bereiken.