Biotoop: Grassteppen en cultuursteppen met gesloten bodemdek. In de Herfst op stoppelvelden. Broedt hoofdzakelijk in agrarisch nog ongebruikte grassteppen.

Voorkomen: Gehele jaar Zuidwest – en Zuidoost – Europa. Niet in België. In Nederland dwaalgast.

Broedtijd: April – Half juli. Een ondiep kuiltje in de grond, perfect gecamoufleerd en vaak verscholen onder een graspol of in een struikje,  gemaakt van dood gras, bladeren en gevoerd met haar en worteltjes. 4 tot 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 18 – 20 cm, spanwijdte 28 – 35 cm, gewicht 60 gram, leeftijd 2 – 4 jaar.

Voedsel: In de zomer jaagt de Kalanderleeuwerik hoofdzakelijk op insecten, maar in de winter voedt hij zich met allerlei zaden.