Biotoop: De Huismus broedt in allerlei holten en hoekjes tussen balken en andere steunelementen in gebouwen, in de onmiddellijke omgeving van mensen. Bolvormige nesten in bomen en struiken komen in sommige streken voor nabij woningen of in boomrijen langsheen wegen. Huismussen maken zich vrij dikwijls meester van nesten van huiszwaluwen, minder van deze van Boerenzwaluwen, van nestkasten en soms van nestgangen van oeverzwaluwen. Nesten in klimop, in boomholten en in potten van aardewerk werden anekdotisch beschreven. Het gebruik van een gemeenschappelijk nestholte komt uitzonderlijk voor en werd reeds waargenomen samen met de Gierzwaluw en met een Ringmus.

Voorkomen: Wijdverspreide, algemene en zeer vertrouwde standvogel in geheel Europa. Behalve in IJsland, de bergen van ScandinaviĆ« en SardiniĆ«. In BelgiĆ« en Nederland uiterst talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in uiterst groot aantal.

Broedtijd: Maart – september, nest in nissen en spleten, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 14 – 16 cm, spanwijdte 19 – 25 cm, gewicht 24 – 38 gram, leeftijd 19 jaar.

Voedsel: Zaden, insecten, afval.