Biotoop: Meestal grotere, heldere en visrijke meren. In de winter meestal op zee maar ook in klein aantal op binnenwateren.

Voorkomen: In de zomer Noord en oost – Europa. In de  winter de rest van Europa. In België en Nederland doortrekker en wintergast in klein tot vrij klein aantal.

Broedtijd: April – juni. Het nest ligt altijd zo dicht mogelijk bij het water, zodat het ouderdier met één sprong kan wegduiken. Het bestaat uit los opeengehoopte plantendelen. Ook wordt er vaak alleen maar een kuiltje gevormd in het aanspoelsel. Het nest is altijd door en door nat. De partners  lossen elkaar af tijdens het broeden. 2 – 3 eieren

Kenmerken: lengte 69 cm, spanwijdte 100 – 122 cm, gewicht 2200 gram, leeftijd 15 – 25 jaar.

Voedsel: Hoofdzakelijk vis. Parelduikers grijpen ook vissen die ze niet in hun geheel kunnen doorslikken en scheuren er dan stukken af. Hun snavel heeft ongemeen scherpe randen. Als ze zich ermee verdedigen, laten ze diepe, bloedende wonden achter. Onder water zwemt de Parelduiker met de voeten en stuurt met de staart. Slechts een enkele maal gebruikt hij ook zijn vleugels. Tijdens de voedseljacht blijft hij maximaal 2 minuten onder. In die tijd kan hij 100 meters ver zwemmen. Als aanvullend voedsel neemt hij waterinsecten, slakken, wormen en kreeftachtigen. Meestal jagen ze vlak bij het wateroppervlak, maar men heeft wel eens een Parelduiker in een net op 60 meter diepte aangetroffen.