Biotoop: Droog, ondiepe wateren op zandgronden met dichte biezenvegetaties, ook in pas aangelegde wateren.

Voorkomen: Het verspreidingsgebied van de zwervende pantserjuffer bevindt zich in mediterraan Europa. In Noord  – en Midden  – Europa kwamen er tot vrij recent slecht enkele verspreid gelegen populaties voor. In België en Nederland vrij zeldzaam. Vooral voorkomend in de duinen en op zandgronden. Zwerft veel en kan dan overal opduiken.

Vliegtijd: Juli tot September.

Kenmerken: Lengte 40 – 45 mm, vleugelspanwijdte 45 – 50 mm.

Ontwikkeling: De zwervende pantserjuffer zet de eitjes vaak bij droogstaande wateren af, veelal is de plas omgeven met rus (Juncus).  Deze lopen gedurende de herfst en winter vol met water. De imago’s vliegen vaak laag over de grond en gaan veel op planten zitten. De eitjes worden aan het eind van de zomer of in de herfst door het vrouwtje achter elkaar in plantenstengels (vaak boven het water) gelegd. Deze eitjes gaan in diapauze, wat betekent dat ze hun ontwikkeling onderbreken om de winter te overleven en pas in de volgende lente uitkomen. De eitjes komen in de lente uit, vaak rond februari, als kleine “prolarven”. Deze worden dan waterlarven die zeer snel groeien – meestal binnen twee maanden – om gelijke tred te houden met het opdrogen van de tijdelijke poelen. Ze voeden zich met kleine waterongewervelden.