Biotoop: Open noordelijke naald – en berkenbossen. Vooral in België en Nederland in tuinen en groenvoorzieningen in stedelijk gebied.

Voorkomen: In de zomer Noordoost – Europa en in de winter Noordoost tot West en Centraal – Europa. In West – en Midden – Europa is de pestvogel een echte invasievogel, die ongeveer om de 10 jaar in vrij grote aantallen verschijnt en dan als wintergast kan worden waargenomen. De reden voor deze onregelmatige trekbewegingen is onbekend. In België (zeer schaars) en Nederland (noordelijke helft) wintergast in uiterst klein tot klein aantal.

Broedtijd: Mei  – september. Hij broedt namelijk gewoonlijk 4 – 5 meter hoog in de bomen en leidt dan een zeer verborgen leven. Het nest is degelijk van twijgen, korstmos en mos gebouwd en binnenin met rendierhaar gevoerd. Het wijfje broedt en wordt door het mannetje van voedsel voorzien. 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 18 – 20 cm, spanwijdte 32 – 35 cm, gewicht 45 – 70 gram, leeftijd 13 jaar.

Voedsel: In de zomer meest insecten, diverse vruchten en bessen in de winter. In België en Nederland zijn Pestvogels echte boomvogels, die alleen om te drinken en baden op de grond komen. Ze strijken neer waar bessen te vinden zijn en trekken verder wanneer alles op is.