Biotoop: De meest verschillende biotopen worden ingenomen: Ze omvatten gelijktijdig holten waarin gebroed wordt en open ruimten, vooral in streken met graanteelten waar de soort allerlei zaden vindt om zich te voeden en holten om zich voort te planten (zoals knotwilgen, oude populieren, enz.). Daar waar ze oorspronkelijk slechts voorkwam in de bossen, waar ze holten bezette die door de Zwarte Specht werden uitgehakt, vinden we de soort tegenwoordig vooral in oude parken met holle bomen, zelfs in steden. Haar groot aanpassingsvermogen laat haar toe in elk duister hoekje te broeden, zoals nestkasten, rotsholten in al of niet verlaten steengroeven, konijnenholen in de kustduinen. Wanneer vele holten op een beperkte ruimte beschikbaar zijn, past de soort zich ook aan aan het leven in kolonieverband.

Voorkomen: Wijdverspreide standvogel in West – Europa, zomergast in Midden – en oost – Europa. In BelgiĆ« en Nederland een talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in groot aantal.

Broedtijd: Maart – oktober, de Holenduif bouwt in het nesthol nog een rudimentair nest van takjes – een herinnering aan een ver verleden toen hij nog in het vrije veld broedde. de doffer broedt ongeveer 10 tot 15 uur, de duif de rest van de tijd, 2 eieren.

Kenmerken: Lengte 28 – 32 cm, spanwijdte 63 – 69 cm, gewicht 250 – 320 gram, leeftijd 12 jaar.

Voedsel: Graan, maar ook bessen, scheuten en eikels.