Biotoop: Traditioneel eist de Goudvink een dichte, lage vegetatie van enige oppervlakte. We hebben hier te doen met een vogel die oorspronkelijk voorkomt in het woud en in het gebergte, met een voorkeur voor naaldhout. Hij behoudt dit karakter van bosvogel in Hoog – BelgiĆ« waar hij niet de uniforme hoogstambestanden bezet(beukenbestanden met weinig onderbegroeiing) maar veeleer veelsoortige bestanden met open plekken, groepen jonge bomen of jonge aanplantingen. In de vlakte komt hij nochtans voor in biotopen zonder typisch boskarakter: tuinen, parken, boomgaarden omzoomd met hakhout of hagen, bosjes met verschillende boomsoorten en dichte onderbegroeiing, enz.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide standvogel die echter in Noord – ScandinaviĆ« en een groot deel van Spanje afwezig is. In BelgiĆ« en Nederland vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in vrij groot aantal.

Broedtijd: April – juli, nest in bomen, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 14 – 16 cm, spanwijdte 22 – 29 cm, gewicht 22 – 38 gram, leeftijd 17 jaar.

Voedsel: Zaden en knoppen.