Biotoop: Rietvelden op vochtige bodem, in hoogveengebieden, in heiden en in vochtige duinvalleien.

Voorkomen: Komt in het grootste deel van Europa(behalve IJsland) voor als zomergast, standvogel of wintergast. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – jaarvogel – gedeeltelijk wegtrekkend – wintergast in zeer klein tot klein aantal.

Broedtijd: Mei  – augustus. Grondnest – het nest is een grashoop op de grond. Alleen het wijfje broedt. Ze weet zich bij gevaar heimelijk uit de voeten te maken. Mei is de belangrijkste broedtijd. De jongen zijn na 6 weken vliegvlug en ongeveer 3 weken later in staat voor hun eigen voedsel te zorgen. 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 45 – 55 cm, spanwijdte 99 – 121 cm, gewicht 290 – 600 gram, leeftijd ouder dan 17 jaar.

Voedsel: In een onvermoeibare zoekvlucht zweven de vogels laag boven hun jachtterrein, waarbij ze meestal steeds dezelfde route volgen. Ongeveer om het uur strijken ze voor een korte rustpauze neer. Daarbij gaan ze echter nooit in de bomen zitten. De Blauwe Kiekendief vangt zijn prooi uitsluitend op de grond en achtervolgt deze in noodgevallen ook te voet. De prooi wordt meestal op de plaats waar hij is geslagen naar binnen gewerkt.