Biotoop: De Reuzenstern heeft ondiepe, heldere, visrijke wateren nodig met lage, onbegroeide eilanden. Het zijn voornamelijk kusten, maar ook meren en grote rivieren.

Voorkomen: Zomergast in Oostzeegebied, doortrekker langs Noordzeekust. In Belgiƫ en Nederland doortrekker in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Mei – juni, grondnest, Reuzensterns broeden meestal in kleine, soms in grote kolonies. Het nest is hooguit met enkele halmen of graten gevoerd, 2 tot 3 eieren.

Kenmerken: Lengte 53 cm, spanwijdte 130cm, gewicht 650 gram, leeftijd 12 jaar.

Voedsel: Vissen, kreeftachtigen, soms ook vogeleieren en jonge en volwassen vogeltjes.