Biotoop: Meestal langs zoetwater in binnenland, vooral grind – en zandgroeves en eilandjes in rivieren.

Voorkomen: In Europa zomergast, ontbreekt in het uiterste noorden. In BelgiĆ« en Nederland vrij schaarse broedvogel – wegtrekkend.

Broedtijd: April – augustus, grondnest – het nest is een onopvallende kom in het kiezel, soms gevoerd met enkele plantendelen, 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 15,5 – 18 cm, spanwijdte 32 – 35 cm, gewicht 26 – 53 gram, leeftijd 12 jaar.

Voedsel: Van de bodem en uit ondiep water wordt klein gedierte opgepikt, als aanvullend voedsel ook zaden. In de maag van een dode Kleine Plevier worden geregeld kleine steentjes aangetroffen.