Biotoop: Vooral vochtige terreinen zoals moerassen, hooilanden en langs bosranden, ook graslanden, tuinen, parken en heiden.

Voorkomen: Grote delen van Europa, inclusief mediterrane eilanden Corsica, Elba, Corfu, Thasos en Lesbos. Meer plaatselijk in Zuid – Spanje en Zuid – Griekenland. Ontbreekt op Sardinië en Shetland eilanden. In België en Nederland een zeer algemeen voorkomende dagvlinder.

Vliegtijd: Drie generaties, begin april – begin juni – eind juni – september. Tweede en derde generatie overlappen elkaar.

kenmerken: Spanwijdte 35 – 45 mm.

Levensloop: Waardplanten zijn Pinksterbloem (Cardamine pratensis), Bittere veldkers (Cardamine amara), Herik (Mutarda arvensis), enz. Het vrouwtje legt de eieren één voor één of in kleine groepjes af op de onderzijde van de bladeren van de waardplant. De rupsen leven erg verborgen en zijn vanwege hun schutkleur moeilijk te vinden. De soort overwintert als pop. De vlinder zuigt nectar uit verschillende bloemen zoals Pinksterbloem (Cardamine pratensis), Hortensia (Hydrangea macrophylla), enz.