Biotoop: Bij voorkeur in open gebieden zoals in cultuurlandschappen en tuinen. Meestal een zeer algemene trekvlinder.

Voorkomen: Een trekvlinder van Midden – Europa maar plant zich hier ook voort. In België en Nederland zeer algemeen, die verspreid over geheel het land kan worden waargenomen.

Vliegtijd: Meerdere generaties, april – oktober en soms in de wintermaanden.

Kenmerken: Spanwijdte 30 – 45 mm.

Levensloop: Waardplanten zijn allerlei kruidachtige planten, zoals Luzerne (Medicago sativa), Grote brandnetel (Urtica dioica), Kool (Brassica oleracea), enz. De ontwikkelingssnelheid is afhankelijk van de temperatuur. De eitjes  worden door het vrouwtje op de onderzijde van de bladeren van de waardplant afgezet. De verpopping vindt plaats in een glanzend zilverkleurige cocon tegen een blad van de waardplant. De overwintering vindt meestal als rups plaats maar soms ook als vlinder. In onze streken (België en Nederland) kan de vlinder alleen overwinteren als er sprake is van een milde winter. Ze zijn overwegend ’s nachts actief maar zijn vaak ook overdag bij bloemen aan te treffen.