Biotoop: De Kuifmees komt in het algemeen voor in naaldbossen die groot genoeg zijn om het hele territorium te bevatten. Ze is typerend voor andere bestanden met dode of stervende bomen waarin ze een nestholte kan bezetten of aanpassen. Verder broedt de soort ook in nestkasten, oude palen en zelfs in verlaten nesten van eekhoorns of kraaiachtigen. Haar aanwezigheid wordt zeker beperkt door een gebrek aan holten, vooral in jonge aanplantingen. Op dit vlak veeleisender dan de Zwarte Mees, broedt de Kuifmees weinig in gemengde loof / naaldhout – bossen. Het veel licht doorlatend bladdak van lorken trekt haar minder aan. Behalve in douglassparren worden andere uitheemse coniferen slechts hier en daar ingenomen in arboretums of parken met overvloedige naaldhoutbeplanting.

Voorkomen: Standvogel in dennenbossen in grote delen van Europa, komt nooit buiten verspreidingsgebied. In BelgiĆ« en Nederland Vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij groot aantal.

Broedtijd: Maart – juli, holtebroeder, 4 – 8 eieren.

Kenmerken: Lengte 10,5 – 12 cm, spanwijdte 17 – 20 cm, gewicht 10 – 12,5 gram, leeftijd 11 jaar.

Voedsel: Insecten en spinnen, zaden vooral van naaldbomen.