Biotoop: Behalve in open weide – en akkergebieden en in stadskernen zonder voldoende grote groenvoorzieningen, komt de Winterkoning in een groot aantal biotooptypes voor: het noodzakelijke element hierbij schijnt de aanwezigheid van voldoende dekking te zijn. De soort komt dan ook talrijk voor in bossen met veel onderbegroeiing(bramen, varens), langsheen beken en rivieren met sterk begroeide oevers, holle wegen, duinstruweel, hakhoutbestanden, enz. Ook oudere parken, grote tuinen, boerderijen, begroeide spoorwegbermen en met wilgen en riet begroeide schorregebieden komen als broedgebied in aanmerking.

Voorkomen: In Europa wijd verspreide en talrijke vogel. In België en Nederland zeer talrijke tot uiterst talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in zeer groot tot uiterst groot aantal.

Broedtijd: Maart – juli, nest op de grond, ook in holten, 5 – 7 eieren.

Kenmerken: Lengte 9 – 10,5 cm, spanwijdte 12 – 16 cm, gewicht 8 – 12 gram, leeftijd 7 jaar.

Voedsel: Kleine insecten, spinnetjes en andere geleedpotigen.