Biotoop: Oorspronkelijk kwam de Tafeleend alleen bij de Oost – Europese steppemeren voor. In de afgelopen 100 jaar breidde hij echter zijn broedgebied langzaam naar het noorden en het westen uit. In Midden – Europa behoort hij in middels op sommige plaatsen tot de meest voorkomende eenden. Meest voorkomend in Steppemeren, poelen en meertjes in bosgebied.

Voorkomen: In Europa wijdverspreid in relatieve kleine aantallen, maar talrijke wintergast. In het oosten broedt hij bij zout – en bittermeren en langs ondiepe, plantenrijke zoetwaterplassen met een goed ontwikkelde rietzoom. In het westen vond hij broedmogelijkheden bij sommige kunstmatig aangelegde meren. Tafeleenden zijn trekvogels. De oostelijke populatie overwinteren in de Kaspische Zee, op Turkse steppemeren… De Midden-Europese overwinteren grotendeels in West en Zuid Europa. in België en Nederland vrij schaarse broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in vrij groot tot groot aantal.

Broedtijd: April – augustus, grondnest – De eend bouwt haar nest enigszins  als een Meerkoet, als een drijvend nest in de rietzoom of in de dichte oeverbegroeiing en wel zo dicht mogelijk bij het water, zodat ze bij onraad snel weg kan zwemmen of duiken, 7 tot 11 eieren.

Kenmerken: Lengte 42 – 49 cm, spanwijdte 72 – 82 cm, gewicht 900 – 1100 gram, leeftijd ouder dan 22 jaar.

Voedsel:  Afhankelijk van het aanbod eten tafeleenden meer dierlijk of meer plantaardig voedsel. Een klein deel van het voedsel wordt aan de wateroppervlakte uitgezeefd, een ander deel door grondelen verworven, maar het belangrijkste gedeelte door duiken. Daarbij maakt de eend uitsluiten gebruik van zijn poten, slecht als hij moet vluchten worden ook de vleugels ingezet. Gewoonlijk duiken de Tafeleenden alleen in ondiep water, maar soms ook in meer dan 4 m diep water. Op de bodem plukken ze planten af, die ze onmiddellijk onder water verorberen. Ze gaan vooral van het invallen van de avondschemering tot middernacht op voedseljacht. Waar veel dierlijk voedsel te vinden is, zoals in lagunen, vormen micro – organismen het hoofdbestanddeel van het voedsel.