Biotoop: Open plekken in loofbos, langs bosranden of randen met struiken.

Voorkomen: Het landkaartje (Araschnia levana) is wijdverbreid in Europa en komt voor van Frankrijk tot aan Japan, en van Zuid-Europa tot in Zuid-Finland en Zuid-Zweden. Het is een algemene standvlinder die zich de afgelopen decennia sterk heeft uitgebreid naar het noorden en westen. Komt voor in heel België en bijna heel Nederland.

Vliegtijd: Gewoonlijk twee generaties. Mei tot juni en juli tot augustus.

Kenmerken: Spanwijdte 28 – 40 mm.

Levensloop: Opvallend verschillend gekleurd in het voorjaar en zomer. Waardplant is de Grote Brandnetel (Urtica dioica) in Noordwest – Europa maar wellicht ook op andere brandnetelsoorten. De vrouwtjes leggen hun eitjes als enige inheemse dagvlinder gestapeld als torentjes van soms wel 10 eitjes. De rupsen blijven bij elkaar tot de laatste vervelling, als zij volgroeid zijn zitten ze apart. De Rups overwintert als pop. De volwassen vlinder drinkt nectar uit diverse voorjaarsbloeiers zoals Pinksterbloem, Paardenbloem, Raapzaad en later in het jaar uit planten als Berenklauw, en zoekt energie uit bloemen om te kunnen vliegen en eitjes te leggen.