Biotoop: Altijd nabij water, zowel zoetwater als zee, nestelt in bomen of op klippen. Van diepe fjorden en kusteilanden tot grote binnenmeren, stuwmeren en rivieren, als er maar ongerepte gebieden in de buurt zijn.

Voorkomen: Massief gebouwde Arend die in grote delen van Oost – Europa standvogel is, maar als gevolg van vervolging zeer lokaal, hoewel goede gebieden enkele paren kunnen hebben. Komt verder naar het Oosten voor tot in Siberië en de kust van de Stille Oceaan. Siberische vogels trekken zuidwestelijk tot West Europa. Geïntroduceerde populatie broedt in Schotland. Grootste aantallen in Noorwegen. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – jaarvogel – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Februari – augustus. Nest in bomen – meestal beschikt het paar over een aantal horsten, waarvan het er in het voorjaar één uitkiest en opknapt. Een oude horst van een Zeearend is soms twee meter breed  en 5 meter hoog. Ze vormen dan ook de grootste vogelnesten ter wereld. 2 eieren.

Kenmerken: Lengte 76 – 92 cm, spanwijdte 200 – 240 cm, gewicht 3100 – 6900 gram, leeftijd ouder dan 30 jaar.

Voedsel: Zeearenden jagen zowel op het water als op het land. Ze weten vissen tot een gewicht van 8 kg te overmeesteren, maar overrompelen ook vossen en hazen. Ze jagen onvermoeibaar achter duikvogels aan en grijpen deze als ze uitgeput lucht komen happen. Ze vangen ganzen, zwanen en kraanvogels, en pakken de Visarend zelfs zijn prooi af.