Biotoop: Open gebied met verspreide boomgroei, bosranden.

Voorkomen: In Tropische streken van Aziƫ en Afrika wijdverbreid, maar in savannen, steppen en halfwoestijnen zeldzaam. In Europa schaarse standvogel op Iberisch Schiereiland(Breide zich duidelijk uit als gevolg van vernietiging van Iberische eikenbossen en hun ondergroei). Broedvogel in Portugal, het westen van Spanje, het zuidwesten van Frankrijk. Zwerft af en toe langs de kust van Denemarken. In Belgiƫ en Nederland dwaalgast.

Broedtijd: Meestal Februari – juli. Bouwt een horst, die meestal laag tussen de doornstruiken is gelegen. Het vrouwtje bouwt het nest en broedt (zelden het mannetje, deze voorziet het vrouwtje van voedsel). 3 – 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 31 – 35 cm, spanwijdte 80 – 89 cm, gewicht 260 gram, leeftijd 6 – 15 jaar.

Voedsel: Kleine knaagdieren, hagedissen, insecten. Bij voorkeur sprinkhanen, waarop de vogel vanaf een uitkijkpost of tijdens zwevende zoektocht jaagt. Een broedpaar is in het territorium zeer plaatsgebonden, maar de bruinige jonge exemplaren volgen graag de zwermen treksprinkhanen.