Biotoop: Zonnige, met struiken omzoomde, open plekken in bossen of langs bosranden, meestal met bloeiende bramen of andere nectarplanten.

Voorkomen: Komt voor in grote delen van Europa. Een populatie in Noordwest België maar talrijker in Zuidoost België. In Nederland uitgestorven maar soms worden zwervers waargenomen(er is spraken van dat het aantal groter is geworden).

Vliegtijd: Eén generatie. Eind mei tot september. afhankelijk van de plaats.

Kenmerken: Spanwijdte 55 – 60 mm.

Levensloop: Waardplant is van de Viooltjesfamilie (Violaceae), zoals Ruig viooltje (Viola hirta). Het vrouwtje zet de eitjes niet af op de waardplant maar op de boomstammen in de buurt van viooltjes. Ze is opzoek naar barsten en scheuren en zet om de halve meter tot één meter één eitje af. De rupsen komen in de vroege zomer uit en gaan de de winter in zonder eten. Ze worden het volgende jaar vanaf maart actief. De rupsen zijn ’s nachts actief en verstoppen zich overdag onder de bladeren. De verpopping vindt plaats op een takje vlak bij de grond. De volwassen vlinders voeden zich met nectar uit diverse bloeiende planten. Belangrijke nectarplanten zijn onder andere Koninginnenkruid, Wilde marjolein, Braam en Distels. Ze voeden zich ook wel met honingdauw en worden soms waargenomen op rottend fruit.