Biotoop: De Middelste bonte Specht past zich niet zo gemakkelijk aan als zijn grote verwant. Hij heeft oorspronkelijk bossen nodig met veel vermolmd hout. Daarom is de soort overal achteruit gegaan. Tegenwoordig is het een kenmerkende vogelsoort van eiken – en haagbeukenbossen, bovendien broedt hij in gemengde loofbossen met zachte houtsoorten.

Voorkomen: De Middelste Bonte Specht  is een standvogel in gematigd Europa. In België en Nederland schaarse broedvogel – jaarvogel – wintergast in klein tot vrij klein aantal.

Broedtijd: April – augustus, holtebroeder – hij maakt zijn nest gewoonlijk in een zieke boomstam. Ook hakt hij de gang soms van onderaf in een schuine tot vrijwel horizontale tak. Het vlieggat heeft een doorsnede van ca. 40 mm en bevindt zich meestal niet hoger dan 3,5 m boven de grond, 5 tot 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 19,5 – 22 cm, spanwijdte ongeveer 34 cm, gewicht 50 – 85 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: De middelste Bonte Specht is een rusteloze vogel. Hij roffelt zelden en is meer een peuteraar en zoeker, die zelfs op mezemanier op dunne twijgen acrobatische toeren uithaalt. Ook kan hij zijn tong tot viermaal zijn snavellengte naar buiten steken om insectenlarven uit hun boorgangen te vissen. De Middelste Bonte Specht wordt als standvogel beschouwd, maar in de winter duikt hij ook op in gebieden waar hij nooit broedt.