Biotoop: De Boomleeuwerik prefereert droge milieus met extensieve menselijke activiteit, met struiken of bomen afwisselend met een open, korte vegetatie. Dergelijke biotopen kunnen ontstaan na een brand, kaalkapping in een bos, op tijdelijke braakliggende akkers of terreinen die regelmatig worden begraasd door schapen of konijnen. De soort broedt in heidegebieden en op licht beboste, open kalkhellingen, nieuwe kaalkappingen en zonnige hellingen met een afwisseling van braakland, bosjes en arme landbouwgronden. Al deze biotopen zijn in der tijd sterk in aantal verminderd, door afname van schapenteelt, de uitbreiding van intensieve landbouw, de herbebossing van heidegebieden, de uitbreiding van de bebouwing, het verdwijnen van hakhoutuitbating en de myxomatose(vermindering van konijnenpopulaties). Dag vandaag wordt er veel gedaan om natuurlijke biotopen terug te creƫren, door bijvoorbeeld inzet van Natuurpunt.

Voorkomen: In het zuiden van Europa standvogel, noordelijke populaties trekken naar het zuiden. In BelgiĆ« en Nederland vrij schaarse tot vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker en wintergast in zeer klein aantal.

Broedtijd: April – juli, grondnest, 3 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 13,5 – 15 cm, spanwijdte 27 – 30 cm, gewicht 27 – 33 gram, leeftijd: 9 jaar.

Voedsel: Insecten, zaden, knoppen.