Biotoop: Oorspronkelijk was de Tjiftjaf ongetwijfeld een broedvogel van bosgebieden, en het is niet erg duidelijk wanneer er precies een aanpassing aan meer antropogene biotopen is gebeurd. Thans Komt de soort ook algemeen voor in parken, Populierenaanplantingen(met onderbegroeiing van bramen) en dennen –  en sparrenaanplantingen. Ook kreupelhout wordt aangenomen, hoewel er dan liefst enkele iets hoger uitstekende zangposten aanwezig moeten zijn. In Vlaanderen komt de Tjiftjaf zelfs voor in knotwilgenrijen met een onderbegroeiing van bramen

Voorkomen: Zomergast in het noorden en oosten, wintergast in het zuiden en westen van Europa. Jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker in groot aantal – wintergast in klein aantal.

Broedtijd: April – juli, nest vlakbij de grond, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 10 – 11 cm, spanwijdte 15 – 21 cm, gewicht 6,5 – 11,2 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: Kleine insecten en bessen.