Biotoop: Bloemrijke plaatsen met hoge grassen, graslanden, open plekken in bos, plekken met struiken.

Voorkomen: Door heel Europa, inclusief zuid England, België, Nederland, Zuid – Fennoscandinavië, Baltische landen, Sicilië en Corsica. Ontbreekt op Sardinië.

Vliegtijd: Eén generatie.  Mei/augustus.

Kenmerken: Spanwijdte 22 – 26 mm.

Levensloop: Waardplanten van de Grassenfamilie (Poaceae) zoals kropaar (Dactylis glomerata), Gevinde kortsteel (Brachypodium pinnatum), enz. Het vrouwtje legt de gladde ovale eitjes in groepjes in bladscheden en bloeiaren van de waardplant. De rupsen zijn vlak voor de winter geheel ontwikkeld maar komen pas uit het ei in het vroege voorjaar. Ze leven vrij op de grassen en de verpopping vindt plaats aan de bovenzijde van de grassprieten. De vlinders zuigen nectar van diverse kruiden, Distels (Carduus), Slangenkruid (Echium vulgare) en knoopkruid (Centaurea jacea).