Biotoop: Open plekken in en langs bossen, vaak op vochtige plaatsen.

Voorkomen: Grote delen van Europa, waaronder Engeland, Nederland, België, Fennoscandinavië tot 68°NB en Europees Turkije. Ontbreekt op Zuidwest – Iberisch Schiereiland, Ierland en mediterrane eilanden, behalve op Sicilië, Corsica, Sardinië en Corfu.

Vliegtijd: Twee generaties. Maart tot April.

Kenmerken: Spanwijdte 42 – 50 mm.

Levensloop: Waardplanten zoals Boswilg (Salix caprea), Grote brandnetel (Urtica dioica), Hazelaar Corylus avellana), enz. De vrouwtjes zetten de eitjes één voor één af op de bovenkant van de bladeren van de waardplant. De rupsen verstoppen zich overdag, veelal aan de onderzijde van de bladeren. De vlinder overwintert tussen de dichte vegetatie, wortels van bomen, schuren, enz. Ze bezoeken in het voorjaar bloeiende wilgen en de herfst zitten ze vaak op rottend fruit te drinken.