Biotoop: In de tropen een vogel van dorpen, steden en vuilnisbelten, maar ten noorden van de Alpen vrijwel altijd in de buurt van water. Een vogel van laagland.

Voorkomen:  In Europa zomergast die in enorme aantallen via Gibraltar, Bosporus en Cap Bon wegtrekt.

Broedtijd: April – Augustus. Nest in bomen – ook op grote afstand van menselijke bewoning is de horst met vodden getooid. Waar de soort talrijkst is, broedt hij in los kolonieverband. Ook huist hij graag in reigerkolonies, waarvan hij de nesten gebruikt. Als hij zelf een nest bouwt, doet hij dit op een halve hoogte in een vork van een sterke boom. 2 – 3 eieren.

Kenmerken: Lengte 48 -58 cm, spanwijdte 130 – 155 cm, gewicht 750 – 940 gram, leeftijd 23 jaar.

Voedsel: De Zwarte Milaan aast op verkeersslachtoffers, vist met één poot dode vissen uit het water en zoekt ook vuilstortplaatsen af. Daarnaast vangt hij kikkers, jonge vogels en dergelijk zwak gedierte.