Biotoop: Het Woudaapje is als broedvogel gebonden aan kleine rietkragen met vismogelijkheden in de omgeving. Vroeger broedde de soort veel langs rivier – en kanaalboorden, maar nu vooral in de rietkragen van visrijke vijvergebieden. Wilgenopslag in het riet bevordert de nestelmogelijkheden voor deze soort. Woudaapjes lijken minder in het riet zelf te foerageren dan wel langs de waterkant. Aldus maken ze op vele plaatsen korte voedselvluchten van de omgeving van het nest naar geschikte foerageergebieden.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide zomergast, lokaal talrijk. In BelgiĆ« en Nederland uiterst schaarse broedvogel – wegtrekkend.

Broedtijd: Mei – augustus, nest in het riet of struikgewas, 5 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 33 – 38 cm, spanwijdte 49 – 58 cm, gewicht 100 – 150 gram, leeftijd 16 jaar.

Voedsel: Vissen, amfibieƫn, kleine waterdiertjes.