3 - Soortvorming en systematiek vormen belangrijke onderdelen binnen de biologie
De soort is de eenheid waarmee men dieren beschrijft. Dieren die tot dezelfde soort behoren, planten zich voort en zijn daardoor gescheiden van andere soorten. De erfelijke eigenschappen(genen) blijven zo binnen de soort aanwezig. Ze worden alleen uitgewisseld tussen individuen die tot dezelfde soort behoren. Het is een feit dat soorten, die soms duizenden kilometers afstand van elkaar leven, een grote gelijkenis vertonen. Bij de zogenaamde tweelingsoorten, dit zijn verschillende soorten die grote uiterlijke overeenkomst hebben, wordt dit zichtbaar. In delen van Europa komen de Boomkruiper en de Taiga – Boomkruiper naast elkaar voor. Beide soorten verschillen nauwelijks in uiterlijk en in oecologische voorkeur. De zang is het kenmerk dat de doorslag geeft, en de barrière vormt bij de voortplanting. Deze komen ook voor bij andere tweelingsoorten, zoals de Tjiftjaf en de Fitis, het Goudhaantje en het Vuurgoudhaantje, de Noordse Nachtegaal en de Nachtegaal, de Glanskop en de Matkop, Het Visdiefje en de Noordse Stern, de Grote Bonte Specht en de Syrische Bonte Specht, De Withalsvliegenvanger en de Bonte Vliegenvanger. Soortvorming verwijst naar het proces waarbij nieuwe soorten ontstaan door evolutionaire veranderingen. Dit kan plaatsvinden door geografische isolatie, aanpassingen binnen dezelfde regio of andere mechanismen die leiden tot genetische differentiatie. Als er een goede erfelijke barrière is ontstaan zal er geen onderlinge voortplanting meer plaatsvinden. Dan wordt er dus niet meer voldaan aan de regel dat dieren tot dezelfde soort behoren, wanneer ze zich met succes onderling kunnen voortplanten en dan is vanaf dat moment spraken van twee soorten. Zoals de Boomkruiper en de Taiga – Boomkruiper is de oorspronkelijke soort opgesplitst in twee nieuwe door isolatie van een aantal populaties tijdens één van de ijstijden in Midden -Europa. Na die IJstijd kwamen de vogels weer in elkaars omgeving voor. Tot nu toe heeft men geen bastaarden ontdekt. Er is dus voldaan aan de voorwaarde tot het ontstaan van nieuwe soorten. Ondersoorten ontstaan in ieder geval sneller. Een veel genoemde oorzaak is een verandering van het klimaat. Een andere mogelijkheid is een verandering in de zang en de reactie daarop van soortgenoten. Een geïsoleerde populatie, die om wat voor reden dan ook iets anders gaan zingen, kan aanleiding geven voor het ontstaan van nieuwe soorten. Misschien vormt het wel de grondslag van de enorm veelzijdige en soortenrijke ontwikkeling van zangvogels en hun neiging tot opsplitsing in allerlei ordersoorten.
De systematiek daarentegen richt zich op het classificeren en organiseren van organismen op basis van hun evolutionaire verwantschap. Dit omvat het identificeren, benoemen en categoriseren van soorten in een hiërarchisch systeem, zoals geslachten, families en orden. Samen bieden soortvorming en systematiek een fundamenteel kader om de diversiteit van het leven te begrijpen en te bestuderen.
Een indeling van de vogels is zoals uit het voorgaande is gebleken soms vrij subjectief. Alle onderzoekers zijn het erover eens dat geen enkele poging tot ordening volkomen is geslaagd. Zelfs het aantal soorten dat nu leeft, is niet precies vast te stellen. De door de verschillende auteurs vermelde aantallen variëren van 8700 tot 9000. Het aantal ligt niet vast omdat er een verschil is in opvatting over de afgrenzing van enkele soorten. Bovendien sterven er soorten uit en worden er nog steeds nieuwe ontdekt. De indeling in orden verschilt ook bij diverse auteurs. Het aantal varieert tussen de 26 en 50. Het laagste aantal wordt door de meeste ornithologen als juist geaccepteerd. Gebaseerd op het werk van H.E Wolters: “Die Vogelarten der Erde(1975)”
De indeling van de klasse der vogels (Aves):
Orde 1 Tinamiformes (Stuithoederachtigen)
Orde 2 Rheiformes (Nandoe – achtigen)
Orde 3 Struthioniformes (Struisvogelachtigen)
Orde 4 Casuariiformes (Kasuaarvogels)
Orde 5 Apterygiformes (Kiwi – achtigen)
Orde 6 Podicipediformes (Fuutachtigen)
Orde 7 Gaviiformes (Zeeduikachtigen)
Orde 8 Spenisciformes (Pinguïn – achtigen)
Orde 9 Procellariiformes (Stormvogelachtigen)
Orde 10 Pelecaniformes (Pelikaanachtigen)
Orde 11 Ciconiiformes (Reigerachtigen)
Orde 12 Phoenicopteriformes (Flamingo – achtigen)
Orde 13 Anseriformes (Eendachtigen)
Orde 14 Falconiformes (Roofvogels)
Orde 15 Galliformes (Hoenderachtigen)
Orde 16 Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Orde 17 Charadriiformes (Steltlopers)
Orde 18 Columbiformes (Duifachtigen)
Orde 19 Psittaciformes (Papegaai – achtigen)
Orde 20 Cuculiformes (Koekoekachtigen)
Orde 21 Strigiformes (Uilachtigen)
Orde 22 Caprimulgiformes (Nachtzwaluwachtigen)
Orde 23 Apodiformes (Gierzwaluwachtigen)
Orde 24 Coraciiformes (Scharrelaarachtigen)
Orde 25 Piciformes (Spechtachtigen)
Orde 26 Passeriformes (Zangvogels)