Biotoop: Dank zij haar opportunisme, broedt de Koolmees nagenoeg overal, ook binnen de agglomeraties. Om het even welke holte volstaat om er haar nest te bouwen, enkel in boomloze vlakten komt ze niet voor. De dichtheid kan plaatselijk verschillen in functie van het aantal beschikbare holten.

Voorkomen: In Europa algemene en wijdverspreide standvogel. Zomergast in Noord – ScandinaviĆ«. In BelgiĆ« en Nederland zeer talrijke tot uiterst talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in zeer groot tot uiterst groot aantal.

Broedtijd: Maart – juli, holtebroeder, 6 – 12 eiren.

Kenmerken: Lengte 13,5 – 15 cm, spanwijdte 22,5 – 25,5 cm, gewicht 16 – 21 gram, leeftijd: 16 jaar.

Voedsel: Insecten, spinnen, bodemdiertjes, bessen, knoppen en zaden.