Biotoop: Meren, poldersloten met dichte oevervegetatie, moerassen en ander open water. In de winter ook in beschutte baaien en riviermondingen.

Voorkomen: Wijdverspreide broedvogel in geheel gematigd Europa. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – gedeeltelijk wegtrekkend – doortrekker en wintergast in groot tot zeer groot aantal.

Broedtijd:  Mei – augustus, grondnest, 6 – 11 eieren.

Kenmerken: Lengte 40 – 47 cm, spanwijdte 67 – 73 cm, gewicht 500 – 1000 gram, leeftijd 20 jaar.

Voedsel: Hoofdzakelijk kleine waterdiertjes, weekdieren, in mindere maten waterplanten.