Biotoop: De Houtduif komt vooral voor in streken met een afwisseling tussen bebouwde en kleine tot middelgrote beboste stukken. Ze is duidelijk minder talrijk binnen grote bosmassieven, vooral in naaldbossen. Graag vestigt ze zich echter aan randen ervan en ze verkiest loofbossen met afwisselende samenstelling en aldus rijk aan voedsel. Sinds enkele decenia koloniseert de soort ook parken en boompartijen in onze steden. Het nest wordt gewoonlijk in een boom gebouwd die zowel geïsoleerd als midden in een bos kan staan. Bij gebrek aan bomen kan het echter ook in een dichte struik geplaatst worden. Winters vaak in grote groepen op akkers.

Voorkomen: Wijdverspreid, vaak talrijk, standvogel in het westen en zomergast in noorden en oosten van Europa. In België en Nederland zeer talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in zeer groot tot uiterst groot aantal.

Broedtijd: Maart – oktober, nest in bomen, 2 eieren.

Kenmerken: Lengte 38 -43 cm, spanwijdte 75 – 80 cm, gewicht 280 – 580 gram, leeftijd 16 jaar.

Voedsel: De Houtduif voedt zich voornamelijk met granen en vruchten. In de bebouwde en weidestreken worden vooral bladeren van kruidachtige planten gegeten(klaver, kamille, boterbloemen, paardebloem en vogelmuur) maar ook zaden van graangewassen, erwten, kersen, enz. Verder staan ook eikels en beukenootjes, blaadjes van es, bloemknoppen van populieren en beuken, knolletjes van speenkruid, enz op het menu. Het is dan ook duidelijk dat de soort zich overal, zowel op platteland als in de stad, thuisvoelt.