Biotoop: Diverse biotopen, kruidenrijke graslanden.

Voorkomen: Europa tot Noord – Fennoscandinavië en de meeste mediterrane eilanden. Ontbreekt op de Atlantische en Britse eilanden, met uitzondering van een zeer klein gebied in Zuidwest – Engeland. Komt voor wijdverspreid in België. In Nederland vooral in het zuiden.

Vliegtijd: Eén, twee of drie generaties, afhankelijk van de breedtegraad, hoogte en seizoeninvloeden. februari – oktober.

Kenmerken: Spanwijdte 50 – 75 mm.

Levensloop: Waardplanten zoals Kleine Bevernel (Pimpinella saxifraga), Venkel (Foeniculum vulgare), Pastinaak (Pastinaca sativa subsp. sativa), enz, maar Wilde Peen (Daucus carota) is de primaire waardplant voor de rupsen. Eieren worden op de bladeren van de waardplant gelegd. De rupsen eten de bladeren of de bloemen, afhankelijk van de waardplant. Overwintert als pop. Verpopt op stevige stengels of op afgestorven houtige planten. De vlinder zuigt nectar uit diverse bloemen, waaronder Vlinderstruik (Buddleja davidii), Distels (Carduus) en Klaver (Trifolium).