Biotoop: In Europa in boomgaarden, parken en grote tuinen. In oorspronkelijk habitat in open loofbossen. Ook blijken ze zonder bij te voeren bestand tegen de winterinvloeden. De meeste parkieten lijken afkomstig te zijn uit het zuiden van Aziƫ, sommige mogelijk uit Afrika.

Voorkomen: De enige in het wild levende papegaaiachtige van Europa, uit gevangenschap ontsnapt in de jaren ’70 en sindsdien verwilderd. Het lossen van 45 exemplaren uit een kleine Brusselse zoo in 1974 gaf de start van een groeiende populatie, die nu in een straal van 40 km rond Brussel leeft en al meer dan 7000 exemplaren telt. In BelgiĆ« en Nederland exoot – vrijschaarste broedvogel – jaarvogel.

Broedtijd: Februari – juli, nest in boomholten, 3 tot 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 37 – 43 cm, spanwijdte 42 – 48 cm, gewicht 95 – 140 gram, leeftijd 20 jaar.

Voedsel: Hij is een alleseter en doet zich goed aan diverse vruchten zoals peer – appel – mispel en bessen van een meidoorn, ook eet hij de zaadjes van haagbeuk – esdoorn – es en den.Hij bezoekt ook voederplaatsen met pinda’s, zonnepitten of gemengd zaad en lust ook brood.