Biotoop: Voornamelijk langs kusten, vooral zand – slikkusten of uitgedroogde moerassen.

Voorkomen: Komt voor over alle werelddelen en klimaatzones van de noordelijke IJszee tot de evenaar verspreid, maar streng verbonden aan een zout biotoop. Voornamelijk zomergast in West – Europa. In België en Nederland zeer schaarse broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker in zeer klein aantal – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: April – juli, grondnest – nestholte wordt uitgekrabd en met materiaal gevoerd, beide ouders broeden en lossen elkaar enige malen per dag af, komt één van de partners om, dan broedt de andere nog enkele dagen verder en laat het legsel daarna in de steek, 3 eieren.

Kenmerken: Lengte 15 – 17 cm, spanwijdte 42 – 45 cm, gewicht 32 – 56 gram, leeftijd 17 jaar.

Voedsel: Strandplevieren zoeken hun voedsel in het aanspoelsel uit de zee, op slipbanken en in ondiep water, dat echter niet dieper mag zijn dan hun snavel lang is. Soms laten ze de modder met hun poten trillen, waarop sommige in het slib levende dieren omhoogkomen. Zij vangen vooral slakken, kleine schelpdiertjes en wormen.