Biotoop: Vochtige hooilanden, natte heidevelden…, In de winter vooral langs kusten. Naast weiland heeft de Grutto ook ondiep water nodig en buiten de broedtijd zand –  en modderbanken om op te overnachten.

Voorkomen: Lokaal Talrijke broedvogel in geheel gematigd Europa, passeert in voor – en najaarstrek en is wintergast. In België en Nederland talrijke broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: April – juli, grondnest – het mannetje bouwt het nest in het gras en voert dit met verdorde halmen, beide partners broeden, 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 37 – 42 cm, spanwijdte 63 – 74 cm, gewicht 250 – 390 gram, leeftijd 18 jaar.

Voedsel: Grutto’ boren met hun lange snavel in zachte, moerassige grond en modder naar voedsel. Het meeste succes hebben ze in ondiep water. Ze Waden dan tot hun buikveren in het tot 16 cm diepe water en dompelen dan ook hun kop en hals onder. De snavelpunt is bewegelijk en kan de buit uit de modder trekken zonder dat hij zijn hele snavel moet openen. Is de prooi met modder besmeurd, dan wordt deze even afgespoeld. Grutto’s vangen hoofdzakelijk wormen, maar ook kreeftachtigen en schaaldieren, insecten en larven.