Biotoop: Uitgestrekte, vlakke weidegronden en bij voorkeur moerassige woeste grond met hier en daar struikgewas. De met de hand bedreven landbouw van vroegere eeuwen moet in Midden – Europa het landschap op vele plaatsen uitstekend geschikt hebben gemaakt voor de Grauwe Kiekendief. De droogleggingspolitiek van de laatste tientallen jaren heeft hem echter op de meeste plaatsen doen verdwijnen. Tegenwoordig is het een van de meest bedreigde vogelsoorten van Europa. Uitrusten doet de Grauwe Kiekendief op de grond, nooit in bomen of palen.

Voorkomen: Zomergast in grote delen van gematigd Europa en dan vaak in tamelijk grote aantallen. In BelgiĆ« en Nederland uiterst schaarse broedvogel – wegtrekkend – doortrekker in zeer klein aantal.

Broedtijd: Mei – augustus, grondnest – Het nest is een primitief bouwsel van allerhande materiaal, dat echter meestal goed verstopt ligt tussen het riet of in het struikgewas. 3 – 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 39 – 50 cm, spanwijdte 96 – 116 cm, gewicht 300 – 445 gram, leeftijd ouder dan 16 jaar.

Voedsel: Tijdens de schommelde zoekvlucht zweeft de Grauwe Kiekendief laag boven het jachtgebied. Hij jaagt op alles wat op de grond leeft en kleiner is dan een rat. Zijn belangrijkste prooi wordt gevormd door kleine zoogdieren, maar hij grijpt ook jonge vogels, eieren en op de bodem levende vogels, zoals leeuweriken en piepers. Zijn grootste prooi is de Kwartel. Dit menu vult hij aan met insecten, zoals libellen die in de morgenkoude nog niet tot vliegen in staat zijn. Alles wat groter is dan een meikever scheurt hij in stukken voordat hij dit naar binnen speelt.