Biotoop: Vogel van grote bossen en parken met oude, lichte bestanden van voornamelijk loofbomen, die ook in stedelijk milieu voorkomt. Zijn aanwezigheid wordt niet enkel bepaald door de aard van het biotoop, maar ook het voorhanden zijn van broedholten. De Boomklever bezet holten van de Grote bonte specht en, bij gebrek eraan, ook andere holten zoals nestkasten, zelfs als ze niet in verhouding zijn tot de grootte van de vogel, en zelden ook in muurholten.

Voorkomen: Gehele jaar grootste deel van Europa, behalve NW en N. In België en Nederland jaarvogel – talrijke broedvogel – wintergast in groot aantal.

Broedtijd: April – juni, holtebroeder, 5 – 9 eieren.

Kenmerken: Lengte 12 – 14,5 cm, Spanwijdte 22,5 – 27 cm.,
gewicht 20 – 25 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel:  In het voorjaar en zomer geleedpotigen, daarna zaden en noten.