Biotoop: Vooral ruige graslanden, bloemrijke randen van bos- en heidegebieden, dijken, parken en tuinen.

Voorkomen: Wijdverbreid en algemeen in grote delen van Europa. Is overal in Nederland en België te vinden.

Vliegtijd: Eind juni-oktober en na de overwintering van begin maart-eind mei, één generatie.

Kenmerken: Spanwijdte 50 – 55 mm.

Levensloop: Waardplant is de Grote brandnetel (Urtica dioica) op het vaste land van Europa. De vrouwtjes zetten de eitjes het liefst af op brandnetels. De eitjes worden gelegd in groepjes. De rupsen eten gemeenschappelijk tot dat ze volgroeid zijn. Overwintert als vlinder op koele, donkere plekken zoals in holle bomen, dichte vegetatie, schuurtjes en spleten in rotsen en stenen muren enz. De overwinterde vlinders drinken in het voorjaar nectar van bloeiende wilgen. In de zomer zijn ze vaak te vinden op de bloemen van de Vlinderstruik (Buddleja davidii).