Biotoop: De Pimpelmees komt in dezelfde biotopen voor als de Koolmees en vaak is er trouwens concurrentie tussen beide soorten voor het bezit van een nestholte. De hoogste dichtheden worden gewoonlijk aangetroffen in parken, tuinen en in oude loofbossen. Ook in bosmassieven met overwegend naaldhout is de soort goed vertegenwoordigd. In feite kan de Pimpelmees zich aan sterk gevarieerde biotopen aanpassen, hetgeen een verklaring is voor het feit dat ze tot de meest talrijke soorten van het land blijft behoren.

Voorkomen: Meest algemene mees in geheel Europa, vooral in het westen. In BelgiĆ« en Nederland zeer talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in zeer groot tot uiterst groot aantal.

Broedtijd: April – juli, holtebroeder, 6 – 14 eieren.

Kenmerken: Lengte 10,5 – 12 cm, spanwijdte 17 – 22 cm, gewicht 9,4 – 13 gram, leeftijd 14 jaar.

Voedsel: insecten, spinnen, bessen en zaden, knoppen, bloesems, stuifmeel.